8 Sportieve regels

Bij de tennisvereniging NIP willen we geen onsportief gedrag op en rond de baan van kinderen, ouders en volwassenen. Daarom hebben we 8 sportieve spelregels geformuleerd.

Samen maken we veel plezier. Het plezier op de baan is de basis. Het kan er tijdens de wedstrijd of training fanatiek aan toe gaan, maar je houdt respect voor elkaar.

Punten van de tegenstander zijn ook mooi
. Je hoeft het niet bij elke bal te doen, maar soms mag je best tegen je tegenstander zeggen mooie bal! Klap eens voor de andere partij. En roep niet bij elke bal die de tegenpartij uit slaat ja, lekker!

Ouders zijn geen coaches. Ouders moeten tijdens de wedstrijd hun kind positief aanmoedigen en niet coachen of zich bemoeien met de punten. Als het niet goed loopt ga dan niet zelf ingrijpen, maar haal er iemand bij van de wedstrijdleiding.

Rackets zijn om te tennissen. Dit spreekt voor zich; rackets zijn niet bedoeld om mee te gooien of mee te slaan tegen de grond of een hek als je boos bent.

Tellen doen we hardop
. Met tellen gaan kinderen vaak de mist in, daarom laten we ze hardop tellen. Dat voorkomt veel onduidelijkheid.

Iedereen gedraagt zich sportief. Hieronder verstaan we niet alleen sportief gedrag op de baan, maar ook zaken als: kom op tijd, gooi je lege flesje water in de prullenbak, ruim de ballen op, sleep de baan na afloop, geef je tegenstander een hand en drink samen iets na de wedstrijd.

Er wordt niet gevloekt
. Als kinderen vloeken - ook in zichzelf - vragen we ze op hun taal te letten. We begrijpen dat ze soms wat willen roepen, maar dan proberen we ze een ander woord aan te leren.

Fijne wedstrijd! Waar we ook al mee begonnen: spelplezier, daar draait het om. Maak er op de baan samen wat van en probeer er samen uit te komen. Wens elkaar voor je begint en fijne wedstrijd en gun elkaar dat ook.